0%
artikel
Datum

01.05.09

Void en Confrontations, Operadagen Rotterdam 2009

Anthony Fiumara, mei 2009
Wim Henderickx over Void en Confrontations


Tussen Void en Confrontations zit een enorm contrast. Je zou kunnen zeggen dat het een staalkaart van mij als componist is. In Void vind je mijn fascinatie voor de oosterse spritualiteit, terwijl in Confrontations mijn bewondering voor Afrikaanse slagwerkmuziek tot uitdrukking komt. Ook wat betreft karakter zijn de twee voorstellingen heel verschillend. Is Void introspectief, zo gaat er van Confrontations een grote extraverte kracht uit. Ik ben blij dat de Operadagen juist deze twee werken wilde programmeren. 

Van die twee is Void/Sunyata/Emptiness het meest complexe. De titel betekent ‘leegte’, een belangrijk begrip in het boeddhisme. Het werk vormt het vierde deel van mijn TANTRIC CYCLE , een serie werken die ik ben begonnen naar aanleiding van mijn reizen naar Katmandu, Nepal en de Himalaya. Void is geen opera in de gewone zin van het woord. Er zijn geen aria’s, er is geen libretto, er is zelfs geen verhaal. Er wordt wel tekst in uitgesproken, maar niet in semantische zin. Void is – sorry als dit te pretentieus klnikt – veeleer een 'Gesammtkunstwerk', waarin allerlei kunstvormen gelijkwaardig samenwerken. 

Zo is het decor een volwaardig beeldend kunstwerk van Hans Op de Beeck en laat regisseur Wouter Van Looy de personages ronddolen, in een spirituele zoektocht. Void gaat over ieders invulling van de grote levensvragen, zonder dat we de pretentie hebben die te willen oplossen. Het doel is om een dieper gevoel van meditatie los te maken bij het publiek, in een innerlijke zoektocht als een trance. De meeste bezoekers ervaren Void als een rustpunt. 

Aan de basis van Void ligt de Shri Yantra mandala, een geometrische figuur die staat voor energie. De mandala bestaat uit een punt met driehoeken, met een vierkant als afbakening: dat zijn de vier kosmische poorten. Dit klinkt misschien allemaal wat zweverig. Ik ben geïnspireerd door de esoterie, maar mijn muziek heeft niks met new age te maken. 

Omdat Void over dingen gaat die de taal ontstijgen, is het een innerlijk muziektheaterwerk geworden zonder grote gebaren, meer naar binnen gekeerd. Wouter Van Looy laat een stem een tekst van Pessoa voorlezen; Hans Op de Beeck maakte House, een door licht en film verlevendigde monumentale sculptuur in de vorm van een plattegrond van een huis, ook een geometrische figuur. Ook de elektronica van Jorrit Tamminga is belangrijk in dit stuk, als versmeltende factor. Zo ontvouwt de mandala zich langzaam in de tijd en wordt de structuur van het stuk. 

Voor ieder van de vijf zangers en instrumentalisten componeerde ik solo’s en duo’s als tussenpassages die een verbinding hebben met de geometrische figuur. Ieder instrument heeft zijn zangers-evenknie, ieder gebaseerd op de vijf elementen: water, vuur, lucht, aarde en aether. De musici zitten in vier hoeken, met de trombone in het midden: ook in de spatialisatie van de klank vind je de geometrie terug. 

Confrontations 

Confrontations is heel anders ontstaan, vanuit de vraag om twee culturen elkaar te laten ontmoeten. Ik weet niet of dat überhaupt kan en ik stond er in het begin kritisch tegenover, maar het fascineerde me wel. 

Het maken van Confrontations was een boeiende ervaring, omdat ik nu met musici uit Afrika (Burkina Faso oorspronkelijk, nu Ghana) samen kon werken. Ik wilde geen smeltpot maken, maar de twee culturen echt tegenover elkaar zetten. Daarbij ben ik op zoek gegaan naar een universeel gegeven wat als leidraad kon dienen tussen de twee culturen: dat werd de emotie. 

Het was nog een hele klus om het muzikaal op één lijn te krijgen. De Afrikaanse slagwerkmuziek is helemaal overgeleverd in een orale traditie, terwijl westerlingen helemaal van een geschreven partituur uitgaan. Ik wilde verder gaan dan improviserende Afrikanen die meespeelden met een gecomponeerd stuk. Ik heb dus een partituur gemaakt die door beide culturen begrepen kon worden, met speciale tekens en notatie. 

Het is wel echt een hedendaags muziekstuk geworden, dat wilde ik. Wel werk ik vanuit het basisgegeven van de ritmiek, daar ontkom je niet aan als je het over Afrikaanse muziek hebt. Vanuit mijn achtergrond als slagwerker was ik gefascineerd door het feit dat de manieren van 'grooven' in beide culturen zo verschillen. Onze vierkwartsmaat klinkt totaal anders dan de hunne. Op het gebied van de toonhoogtes heb ik op mijn normale manier gewerkt. Dat is enerzijds vervreemdend, maar het geeft ook rust en variatie aan het stuk. Het mooie is dat ik zag dat er tijdens de première ook andere communities dan het gebruikelijke nieuwemuziekpubliek aanwezig waren. Dat wilde ik heel graag met dit stuk, dat ik luisteraars met een verschillende achtergrond zou bereiken.