0%
artikel
Datum

20.10.07

Void (Sunyata), Music@Venture 2007

Interview door Maarten Beirens over Void (Sunyata)
 

Het project waarmee componist Wim Henderickx de jongste jaren volop bezig is, betekende voor hem een terugkeer naar de Oosterse spiritualiteit die voor hem eerder al –denk maar aan de drie Raga’s voor orkest – zo’n belangrijke bron van inspiratie was. De Tantric Cycle, waarvan Sunyata het vierde deel vormt, gaat echter nog veel verder door op dat gegeven. Waar die Oosterse inspiratie in de Raga’s nog een verre en vooral muzikale inspiratiebron vormde, is de Tantric Cycle diep doordrongen van deze thematiek en maken zeer concrete en uitgesproken elementen van de boeddhistische en hindoeïstische mystiek zelfs onverhuld het onderwerp uit van de delen van deze cyclus. Hoewel Sunyata voor vijf zangers, vijf instrumenten en elektronica is aangekondigd als muziektheater, kan je dit werk misschien nog best beschouwen als een meditatie, een abstracte exploratie van Oosterse kernbegrippen, waar de ontvankelijke luisteraar dan zijn of haar eigen ervaring aan kan verbinden.

Toch aarzelt Wim Henderickx niet om Sunyata als muziektheater te bestempelen. ‘Voor mij is muziektheater een heel relatief begrip. Zelfs het meest klassieke concert is een performance: de manier van muziek op het podium te brengen heeft veel weg van een ritueel, er is steeds een theatraal aspect aanwezig. Voor mij hoeft muziektheater daarom ook helemaal niet gefocust te zijn op drama. Bijvoorbeeld, in Nada Brahma (het derde deel uit de Tantric Cycle) had ik er bewust voor gekozen om de zangeres te plaatsen in het midden van de ruimte, tussen het publiek. Voor mij is dat een weloverwogen visueel en theatraal aspect. Ik probeer in Sunyata een innerlijk theater, een ‘théâtre intérieur’ te scheppen: niet iets wat je aan de buitenkant ervaart, maar iets wat zich binnen in de toeschouwer afspeelt. Ik tracht in deze compositie een extra invulling te geven aan het medium muziektheater.’

Ik ben anders te werk gegaan dan in mijn vorige opera’s en muziektheater-werken zoals Triumph of Spirit over Matter, Achilleus of Een totale Entführung’, vertelt Wim Henderickx. ‘In Sunyata is er geen verhaal meer, maar enkel nog een abstract gegeven. Het werk bevat dan ook geen tekst – of beter : bevat enkel niet-semantische tekst. Geïnspireerd door tekstflarden uit de Latijnse requiem-mis, heb ik een zuiver abstracte taal gecreëerd. Merkwaardig genoeg merkte ik dat op de eerste repetities de zangers toch aan die abstracte klanken spontaan een betekenis begonnen te hechten. Er is één belangrijke uitzondering : helemaal aan het slot wijkt die abstracte taal voor een herkenbaar stuk tekst dat letterlijk uit het requiem is overgenomen: “lux aeterna luceat eis”. Het eeuwige licht (lux aeterna) is universeel genoeg om dit werk af te sluiten.’ 

‘Ik ben anders te werk gegaan dan in mijn vorige opera’s en muziektheater-werken zoals Triumph of Spirit over Matter, Achilleus of Een totale Entführung’, vertelt Wim Henderickx. ‘In Sunyata is er geen verhaal meer, maar enkel nog een abstract gegeven. Het werk bevat dan ook geen tekst – of beter : bevat enkel niet-semantische tekst. Geïnspireerd door tekstflarden uit de Latijnse requiem-mis, heb ik een zuiver abstracte taal gecreëerd. Merkwaardig genoeg merkte ik dat op de eerste repetities de zangers toch aan die abstracte klanken spontaan een betekenis begonnen te hechten. Er is één belangrijke uitzondering : helemaal aan het slot wijkt die abstracte taal voor een herkenbaar stuk tekst dat letterlijk uit het requiem is overgenomen: “lux aeterna luceat eis”. Het eeuwige licht (lux aeterna) is universeel genoeg om dit werk af te sluiten.’

‘In Sunyata komen voor het eerst de twee topics samen die mijn hele leven als kunstenaar hebben gedomineerd: muziektheater en de invloed van niet-Westerse culturen.’ Wie de carrière van Wim Henderickx wat gevolgd heeft, weet dat hij in de eerste helft van de jaren 1990 de aandacht trok met composities waarin nietWesterse elementen een doorslaggevende rol speelden, zoals OM voor strijkkwartet of de drie Raga’s. Zijn opleiding als percussionist zal een zekere fascinatie voor de rijke percussie-gebaseerde tradities in andere culturen wellicht wel mee bepaald hebben. Hoewel zijn inspiratiebronnen daar niet toe beperkt bleven (denk maar aan de African Suite voor viool en percussie), toonde hij steeds een bijzondere affiniteit met de Oosterse en in het bijzonder Indiase tradities. Met zijn opera Triumph of Spirit over Matter als belangrijkste mijlpaal, leek Henderickx in de tweede helft van de jaren ’90 andere wegen op te zoeken, maar al gauw doken de niet-Westerse elementen weer op en heviger dan ooit, getuige Confrontations, een cultuuroverschrijdend werk met percussie als gemeenschappelijke taal tussen Afrikaanse en Europese muzikanten en bovenal de grote Tantric Cycle, waarvan Sunyata het vierde deel is, na The Seven Chakra’s, Nada Brahma en Maya’s Dream. Het was een reis door Nepal en Tibet die de vernieuwde belangstelling voor de hindoeïstische en boeddhistische spiritualiteit bij de componist aanwakkerde, al kan je stellen dat die fascinatie doorheen heel zijn oeuvre, expliciet of impliciet aanwezig was.

‘De basisbedoeling van de Tantric Cycle is nadenken over zingeving, religie,... Voor mij gaat het om het zoeken op een abstracter en metafysisch niveau: geen goden, geen bidprentjes, geen ideologieën. Vandaar dat dit werk ook geen concreet verhaal biedt met een uitgesproken, vaste betekenis. Sunyata is tegelijk concreet en vaag. Een strakke manier van componeren met als resultaat een uiterst gestructureerde partituur.’

‘Sunyata betekent ‘leegte’, een basisconcept uit het boeddhisme. Vandaar dat de productie ‘Void’ als titel heeft gekregen. Heel het werk is gebaseerd op geometrische figuren. De basisfiguur, de ‘shri yantra’, is een mandala die aan een aantal geometrische figuren (zoals de cirkel, de driehoek, het vierkant) elk een bepaalde symbolische betekenis geeft. Met deze mandala combineer ik de vijf oerelementen: aarde, water, vuur, lucht en ‘akasha’ (ether). Deze twee structuren bepalen samen het muzikale verloop. Het basisprincipe van het tantrisme is de verbondenheid tussen micro- en macro-niveau. Op muzikaal vlak heb ik dit principe zowel toegepast op de ordening van de totaalstructuur als op de ordening binnen elk deel.’

‘Hoe al die elementen in elkaar grijpen is vrij complex. Het eenvoudigst merk je dat in de totaalstructuur. Het werk begint en eindigt vanuit de ‘bindu’ (het punt). In totaal is er een reeks van zeven geometrische figuren (bindu, lotus, vierkant, cirkel, mannelijke driehoek, vrouwelijke driehoek en nogmaals bindu) en een reeks van vijf oerelementen, die telkens met één van de zangers verbonden zijn (lucht met sopraan 1, water met bariton 1, vuur met bariton 2, aarde met sopraan 2 en akasha of ether met stemkunstenaar Phil Minton). Bovendien is elk van de vijf instrumenten gekoppeld aan een van de zangers én zijn ook binnen de delen aspecten met elkaar verbonden (bijvoorbeeld het vierkant hangt samen met aarde). De twee basisstructuren refereren naar elkaar, maar zijn in omgekeerde volgorde met elkaar gecombineerd: de oerelementen evolueren van het hoogst verhevene (de ‘goddelijke’ ether is uiteraard het hoogste) tot aards, terwijl de reeks geometrische elementen de omgekeerde beweging maakt, van aards tot verheven.’

‘Dit is één van mijn meest strakke en abstracte stukken. Ieder aspect van de muziek volgt een strikte, mathematische logica. Dat komt door mijn zoektocht naar een ander soort emotionaliteit en theatraliteit.’ Daarbij komt dan nog een belangrijk aspect dat een bepalende rol speelt in deze muziek : de elektronica. ‘Het elektronische gedeelte hier bouwt verder op wat ik de laatste jaren heb gedaan, maar zal nog prominenter aanwezig zijn. Voor mij is de integratie van elektronische elementen een bijzonder belangrijk onderdeel van mijn muziek geworden. Hier gebruik ik zowel live-elektronica als op voorhand opgenomen materiaal. Bovendien komt er veel spatialisatie bij kijken – dat is het manipuleren van klanken in de ruimte. Daarmee kunnen we ook de geometrische figuren een akoestisch equivalent geven : bijvoorbeeld een klank via de luidsprekers als een ‘cirkel’ of een ‘punt’ projecteren.’

‘Ik wou in Sunyata zelf de muzikale leiding nemen. Het is voor mij de eerste keer dat ik de creatie van een eigen werk dirigeer. Ik wou daarmee ook voor mezelf een stap verder zetten. Sunyata is voor mij immers meer dan enkel een muzikale compositie, het is een innerlijke zoektocht naar oosterse en westerse mystiek.’ 

Maarten Beirens