0%
artikel
Datum

01.06.05

Yves Knockaert, juni 2005

Yves Knockaert, juni 2005


Nadat hij een reeks van drie “Raga’s” gecomponeerd had vond Wim Henderickx in 1996 de tijd rijp om te breken met zijn Oosterse inspiratiebron. Hij wilde niet dat men enkel dat beeld aan hem kleefde en zocht daarom andere werelden te componeren met zijn opera “Triumph of Spirit over Matter”. Alhoewel je direct zou kunnen denken dat de titel een oosters onderwerp dekt, of op zijn minst een diepzinnige gedachte bevat (de triomf van het spirituele over het materiële is zeker een boeddhistische ingesteldheid), het onderwerp had niets met het Oosten te maken: het ging over het maken van keuzes waartoe een kunstenaar verplicht werd. Koos die kunstenaar voor zijn eigen gedachten, voor zijn eigen “spirit” of sloeg hij de gemakkelijke weg naar het “matter” in, met gegarandeerd veel materiële opbrengsten en geldgewin. Uiteindelijk ging de opera niet over het Oosten, maar evenzeer over de keuzes die Henderickx als essentieel ervoer en zelf moest maken. Ook de opera voor jongeren “Achilleus” past in dezelfde context, alhoewel dat niet onmiddellijk blijkt als ze gaat over mensen en goden, overwinning en verlies, chaos en orde. Aan de grondslag ligt nochtans dezelfde idee: een zoektocht naar het diepere zijn. Met “Ronddolen” of “Searching”, twee composities die twintig jaar voor “Triumph of Spirit over Matter” en “Achilleus” ontstonden, bleef Wim Henderickx ook weer in een andere universele thematiek: die van de zoekende mens.

Zonder het Oosten kon dus, dat was zowel vóór als na de “Raga’s” min of meer het geval. In feite was het Oosten nooit ver weg. De titel van de reeks composities “In deep Silence” wees ook naar een zoektocht en tegelijk naar diepgang, diepte, introvertie en stilte. De steeds terugkerende titel voor een compositie-onderdeel “Misterioso” en de naam voor de compositie “Mysterium” sloeg wel niet helemaal op hetzelfde idee, maar paste tegelijk toch ook in het kader van verstilling en een klankgebonden vorm van meditatie, die je als het ware “klinkende stilte” zou kunnen noemen. Soms werd dat “misterioso” met het nadenken over de dood verbonden, zoals in het koorwerk “Crucifixus” of in “Memento Mori”. Voor dat laatste pianostuk vond Henderickx de inspiratie in de schilderijen en tekeningen van zijn vriend Ronald De Preter, waarbij de vergankelijkheid van het leven een essentiële rol speelt met zijn voorkeur voor dierenkrengen en naakte mensen. Zeker is het “misterioso” hoe langer hoe meer met het religieus gegeven van het “mysterie” zelf verbonden. Soms sloeg Henderickx’ zoektocht om in een niet-vinden, met als resultaat de vaak voorkomende “Lamento”- momenten als compositiedeel, of de koorwerken “De Profundis” en “Libera me” of de wanhoop in “Skriet”, naar het schilderij “De Schreeuw” van Edvard Munch.

Het Oosten werd dus in de tweede helft van de jaren 1990 bewust verdrongen, zonder dat het echt verdween. Nochtans had Henderickx zijn positie tegenover het Oosten daarvóór altijd al heel duidelijk bepaald en was er geen enkele overspoeling van het Oosten mogelijk. Hij is geen componist die zal gaan dwepen met de muziek uit een ander continent, hij voelt zich vooral als mens zeer sterk door de oosterse filosofie aangetrokken. Hij is op een onafwendbare wijze gefascineerd door het wezen van het Oosten, waarin hij vooral door het denken van het Oosten kon binnendringen. Een oosters filosofisch denkbeeld bracht hem in een bepaalde toestand als westerling en die toestand sloop de klanken van zijn compositie binnen. Henderickx heeft in zijn klankentaal altijd een westers standpunt behouden: geen imitatie van de oosterse muziek, geen nabootsing maar inspiratie vanuit oosterse klankbronnen, melodische of ritmische patronen en typische versieringswijzen. Geen “cross over” door enkel oosterse en westerse instrumenten met elkaar te gaan combineren, wel eens een tekst van oosterse oorsprong. 

Geen tien jaar later heeft Henderickx het “verzet tegen zichzelf” opgegeven: hij erkent nu met een ander inzicht dat het Oosten voor hem het belangrijkste richtpunt is voor zijn componeren en hij hoeft het niet meer weg te duwen. Een ander evenwicht is stilaan bereikt: composities met een uitgesproken oosters ideeëngoed wisselt Henderickx nu af met werken waarmee het Oosten niets te maken heeft. Dat geeft tegelijk een spanningsveld binnen het denken en een ontspanning ten opzichte van het steeds geconcentreerd op dezelfde materie bezig te zijn. Zo ontstaan composities die mooi contrasteren met elkaar. Het is trouwens een werkwijze die vele toondichters vroeger ook toepasten: iets schrijven in een totaal ander genre en voor een totaal andere bezetting na een lange periode van concentratie op één bepaald gegeven. Die grote concentratie zal er zeker zijn de komende jaren, omdat Henderickx een grote cyclus heeft aangezet, die uiteraard een oosters klinkende titel gekregen heeft: de “Tantric Cycle”. Die bevat een reeks composities, waarvan het Derde Strijkkwartet “The Seven Chakras” onlangs gecreëerd werd en de richting gezet heeft voor een vernieuwde componeerwijze. In het najaar van 2005 wordt “Nada Brahma” in première gebracht. In samenwerking met Transparant zal “The Seven Chakras” omgewerkt worden tot muziektheater en het eindpunt van de cyclus zal een groots opgezet muziektheaterstuk zijn i.s.m. Transparant, dat als voorlopige werktitel “Finding the Gods” heeft. Henderickx buigt de talrijke opdrachten die hij krijgt soms om naar deze “Tantric Cycle”, zoals misschien het orkestwerk dat deFilharmonie bij hem besteld heeft, maar zoals gezegd doet hij dat zeker niet met alle composities in de komende jaren, die grotendeels aan de “Tantric Cycle” zullen gewijd zijn.

Er zijn wel meer componisten die nadat ze een tijd afzonderlijke stukken geschreven hebben, overgaan tot het schrijven van cycli, zoals Stockhausen bijvoorbeeld met zijn kosmisch-religieus getinte stukken. Er zijn ook componisten die nagenoeg hun hele leven met een heel specifieke problematiek bezig zijn, zoals bijvoorbeeld de vooral meditatief gekleurde werken van Scelsi. Er zijn ook meer componisten tegenwoordig die ervoor kiezen om een reeks composities aan eenzelfde technisch-inhoudelijk gegeven te wijden en dat diepgaand willen uitpuren, zoals Rihm bijvoorbeeld. Henderickx combineert beide: zowel de inhoudelijke eenheid in de cyclus als het onderzoekend werken met zeer uitgepuurde technische mogelijkheden. Zijn vertrekpunt voor de “Tantric Cycle” is een notenreeks of modus, de “Tantric Mode”. Die modus kan allerlei transformaties ondergaan en zal in één of meerdere van die transformaties in alle composities van de cyclus aanwezig zijn. Het verschil tussen deze modus, die Henderickx zelf ontworpen heeft, en de bestaande toonladders in de klassieke tonaliteit, is dat er geen voorafbepaalde functies zijn. In een klassieke toonladder zijn een aantal noten centraal of belangrijk en functioneren de andere als ondergeschikt aan die hoofdtonen. De modus van Henderickx is een neutraal gegeven, waarbinnen hij zelf de functionaliteit al dan niet kan vastleggen. Dat betekent ook dat het gaat om neutraal of doelgericht materiaal en verder dat de doelgerichtheid of functionaliteit een mobiel gegeven is, waarop de componist kan ingrijpen als hij dat wenst. Zo suggereert Henderickx bepaalde aantrekkingskracht tussen twee tonen door de afstand tussen beide te verkleinen. Dat doet hij niet met klassieke intervallen (waarbij de halve toon de kleinste is), maar met microtonaliteit (in dit geval kwarttonen, die de helft van de halve toon zijn). Door over te gaan van een halve toon naar een kwarttoon vergroot hij de aantrekkingskracht tussen beide tonen in zijn modus. De modus is dus geen statisch gegeven, maar een dynamisch. Enerzijds door de zich wijzigende intervallen, verhoudingen en functies binnen de modus, anderzijds doordat de modus zelf aan rotaties en transposities onderworpen wordt, waardoor hij op een groot aantal verschillende wijzen kan verschijnen en zich ook licht tot sterk onherkenbaar kan gedragen of vermommen. Bovendien creëert Henderickx een typische eenheid vanuit de modus (het microniveau) naar het geheel van een compositie (het macro-niveau) en naar het geheel van de “Tantric Cycle” (het meta-niveau). Dat gebeurt niet enkel doordat afgeleide modi die eenheid garanderen, maar ook doordat specifieke eigenschappen van een verschijning van de modus uitvergroot worden tot herkenbare kenmerken van een compositie waarin die modus gebruikt wordt. De basis van de “Tantric Mode” is een ketting van reine kwinten : een zuiver interval als basis van deze modus. Die kwintenketting overspant uiteindelijk een tritonus ; de tritonus deelt het octaaf (de perfecte harmonie) perfect in twee, maar als interval is die tritonus bijzonder dubbelzinnig : perfect enerzijds, maar dissonant in de functionaliteit van de klassieke en oude muziek. Daarom is het zeker voor Wim Henderickx een ideaal interval dat spanning kan brengen, symbolisch voor spanning kan staan tegenover de zuiverheid van de kwint als basis van de modus. 

De typische behandeling van deze “Tantric Mode” heeft Henderickx afgeleid van zijn ervaringen in de elektronische studio. In 2000 heeft hij eerst in het IRCAM te Parijs de elektronische klank- en programmeermogelijkheden onderzocht en daarna in de Studio voor Sonologie te Den Haag. Met de hoogtechnologische programma’s die tegenwoordig ter beschikking staan, heeft hij thuis zijn eigen studio uitgebouwd, waar hij alle voorbereidend werk voor de elektronische klanklagen in zijn muziekstukken kan realiseren. Henderickx is er niet op uit om exclusief elektronische composities te maken of zuivere synthesizerklanken te laten horen. Zoals de meeste componisten van vandaag ziet hij het elektronische medium vooral als een uitbreidingsmogelijkheid van de traditionele instrumenten, als een toegevoegd instrument als het ware. Zo werden live electronics toegepast op een zeer verfijnde wijze en zoekend naar een heel originele klanktentaal in het strijkkwartet “The Seven Chakras”. Maar niet alleen voor het elektronische geluid heeft Henderickx deze hightech wereld van de muziek onderzocht, ook voor de toepassingsmogelijkheden in het compositorischtechnische veld. Voor de typische aantrekkingsgedachte en de functionaliteit van zijn modusbehandeling en ook voor de manipulatie van de modus zelf heeft hij vele ideeën uitgewerkt, die hij opgedaan heeft in de elektronische wereld. Het denken in die wereld is niet alleen een verbreed klank- en geluiddenken, maar ook een programmerend denken. De dwingende logica van een computerprogramma kan de componist ombuigen tot creatieve programmering. En zelfs voor de heel klassieke disciplines als contrapunt, die Henderickx vanuit zijn conservatoriumopleiding uiteraard volledig beheerst, ziet hij vanuit het programmeren en het elektronische veld nieuwe mogelijkheden ontstaan. Eigenzinnig als hij is, heeft hij dan ook het Franse spectralisme waarmee hij in Parijs geconfronteerd werd nooit overgenomen, maar wel naar zijn eigen compositietechniek gestuurd. Waar spectralisme meestal één akkoord of verticaal gegeven analyseert, wil Henderickx dat ook doorheen de tijd gaan toepassen, als beweging in de tijd. Door het spectrum van een gezang van Boeddhistische monniken te vermengen met dat van een middeleeuws religieus gezang, wat weer een confrontatie van het Oosten met het Westen is, krijg je een onwaarschijnlijke en onbekende klankenwereld, die het religieus meditatieve en het diepzinnig verinnerlijkte karakter zeker niet prijs geeft, maar het eerder naar een onbekende verinnerlijking stuwt, “misterioso”, mysterie. 

Als een rode draad ziet Wim Henderickx opera en muziektheater doorheen dit geheel geweven. Muziektheater laat hem zeker niet meer los. De samenwerking met Transparant maakte “Triumph” en “Achilleus” mogelijk, een nieuwe wereld weg van het Oosten. En nu zal muziektheater in de “Tantric Cycle” weer zijn plaats vinden met de theaterversie van het strijkkwartet “The Seven Chakras” en het muziektheater “Finding the Gods”. Dit laatste zal gerealiseerd worden in een installatie van Hans Op de Beeck en in een regie van Wouter Van Looy. Andere operaplannen zijn het uitcomponeren van de gesproken gedeelten van Mozarts opera “Die Entführung aus dem Serail”, in een esthetiek die fel zal contrasteren met Mozarts muziek, een samenwerking met theatermaker Ramsey Nasr, momenteel ook stadsdichter van Antwerpen. Henderickx ziet muziektheater als een “herdenken van mijn muzikale ruimte”, waarbij hij duidelijk alludeert op de synthese van de verschillende kunsten die in opera samenkomen én op de uitbreidingsmogelijkheden die dit medium aan zijn muziek te bieden heeft. Zo wordt muziektheater voor hem artistiek bijzonder belangrijk.