0%
artikel
Datum

01.06.17

Koor&Stem Magazine – juni 2017

Lieselotte Goessens
Muziek moet leven, je moet haar niet vastpakken en in de kast leggen
Interview met Wim Henderickx


Het is een rustige woensdagmiddag wanneer we achter de grote ramen van het Grand Café deSingel, componist en dirigent Wim Henderickx ontmoeten. Tussen het repeteren en de premières van eigen werk door, heeft hij tijd gemaakt voor een babbel en een frisse tonic.

Je was in het verleden voornamelijk bekend als orkestcomponist, maar in je oeuvre is ook heel wat werk te vinden voor dans en muziektheater. Wat trekt je daarin aan?

Ik ben ondertussen al twintig jaar huiscomponist bij Muziektheater Transparant. Muziektheater omhelst voor mij eigenlijk alles en ik heb het gevoel dat er alles kan. Dat spreekt mij wel heel erg aan en maakt het een belangrijk genre voor de toekomst. Om dezelfde reden vind ik het momenteel trouwens een heel boeiende periode om componist te zijn. Er is zoveel mogelijk vandaag. We moeten niet meer in hokjes denken, ik kan als kunstenaar eigenlijk doen wat ik wil en dat is bruggen bouwen: tussen genres, tussen culturen, tussen traditie en toekomst.

Is jouw behoefte om bruggen te bouwen ook de reden waarom we zoveel Oosterse invloeden kunnen terugvinden in jouw werk?

Ja, zeker. Ik ben altijd op zoek naar andere dingen. Dat is zo op het gebied van filosofie of religie, maar ook op het vlak van muziek. Ik ben een Westerse kunstenaar en ik ga dat nooit ontkennen, maar ik voel mij ook sterk aangtrokken tot andere geloofsovertuigingen, andere muziekgenres, andere soorten mensen dan ikzelf. Ik wil al die invloeden kunnen vermengen. Mijn beweging naar Oosterse muziek was indertijd een manier om uit het Westerse idioom te breken, niet als vlucht, maar als uitbreiding van wie ik ben. 
In recente producties voel ik mezelf wel weer terugkeren naar het Westen. De voorstelling Revelations, die momenteel loopt met Muziektheater Transparant, is gebaseerd op de 13e-eeuwse visioenen van Hadewijch d'Anvers. Ik ga daarmee terug naar onze oorspronkelijke Westerse muziek uit de 12e en 13e eeuw.

Recent ben je heel wat meer bezig met koormuziek. Is dat bewust?

Ik ben zelf begonnen als percussionist, waardoor mijn eerste affiniteit bij het orkest lag, maar ik ben eigenlijk al heel snel gefascineerd geraakt door de stem. Dat ik de koormuziek in het begin links liet liggen, was eigenlijk gewoon toeval: ik kende die niet. Pas door omstandigheden begon ik voor koor te schrijven. De laatste jaren ben ik mijn achterstand aan het goedmaken. Ik begin nu pas goed te begrijpen hoe een koor werkt, wat een koor is, maar ook hoe ik zangers kan uitdagen.

Heel wat van je koorwerken zijn geschreven om al dan niet optioneel gecombineerd te worden met elektronica. Is dat deel van die uitdaging? Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Ik hou van het koor in zijn pure vorm. A Capella. Maar dat heeft ook zijn beperkingen. Elektronica kan helpen om een koor verder uit te dagen en een complexere muzikale taal mogelijk te maken zonder te veel te raken aan het a-capellakarakter. De toevoeging van elektronica is eigenlijk niet meer dan een tracklist die bij de partituur komt en waarvoor aanduidingen in de partituur staan. Die opnames geven een soort van klankveld. Dan kan vrij tonig zijn, maar evengoed zeer experimenteel met ruis of andere klanken. Ze zetten een sterke sfeer neer en zijn een harmonische houvast voor het koor in moeilijkere passages.
Het klinkt misschien allemaal complex, maar dat is het echt niet. Je kunt de werken ook zonder de opnames uitvoeren, maar ik zie niet goed in waarom je het niet zou doen. Vandaag de dag is het echt niet moeiljk meer voor een koor om elektronica te gebruiken. Je hebt bij wijze van spreken gewoon een smartphone nodig en twee boxen om je uitvoering dat niveau hoger te tillen.

Voor mij zijn de elektronica eigenlijk ook een manier om koren meer uit hun traditionele opstelling te halen en te laten spelen met de klank in de ruimte. Veel te vaak zijn concertsettings hetzelfde, met de zangers op het podium en het publiek in de zaal, terwijl je zoveel meer met de ruimte zou kunnen spelen. Zelfs de oude Venetianen werkten vroeger al met dubbelkorigheid om de klankmogelijkheden van de San Marco meer te benutten en toch blijven we terugkeren naar een traditionele opstelling. De stem is zo sonoor, het lichaam zelf een klankruimte, vocale muziek zo fysiek. Dat kan veel meer uitgespeeld worden tijdens concerten door de ruimte meer te gebruiken.

Wanneer je koormuziek schrijft, heb je dan doorgaans professionele zangers in gedachten of is je werk toegankelijk voor amateurkoren?

Goh, dat hangt ervan af. Sommige werken heb ik echt geschreven voor een professioneel koor, zoals Blossomings, dat ik schreef voor de BBC Singers. Maar ik schreef en schrijf ook heel wat voor amateurkoor of een combinatie van de twee.

In mei vierden de universiteiten van Gent en Luik hun 200ste verjaardag, onder meer met een groot feestconcert. Daar voerden de koren en orkesten van de beide universiteiten het werk Antifoon en jou uit. Is dat werk specifiek voor amateurkoren geschreven?

Ja, in Antifoon komen drie types amateurgezelschappen samen: harmonieorkest, symfonieorkest en koor. Antifoon is echt een monsterstuk, heel groot. Ik heb de notatie en uitvoering in dit werk op een totaal andere manier uitgedacht dan wat deze gezelschappen gewoon zijn. Eigenlijk ligt melodisch niets vast. De partituur geeft een aantal tonen of tonenreeksen, maar elke zanger zoekt zijn eigen melodie. De harmonische veranderingen liggen duideljk vast, er zijn aanduidingen in de partituur voor dynamiek of energiesterkte, maar verder is het werk aleatorisch opgevat. Het is een gestructureerde improvisatie. De uitvoerder is tegelijk een beetje de componist. Het resultaat is een soort van weefsel dat beweegt.

Dat klink niet evident.

Het is zeker en vast niet evident in het begin. Zangers hebben tijd nodig om zichzelf te leren vertrouwen. Vertrouwen dat ze iets uit zichzelf mogen laten komen en dat wat ze doen goed is. Het samen creëren en uitvoeren geeft een gemeenschapsgevoel, maar het draagt ook de eigen verantwoordelijkheid en het eigen melodische vermogen uit. Zo leren zangers zichzelf meer ontdekken.

Zorgen de orkesten dan voor houvast met transparantere partijen?

Neen hoor! De orkesten krijgen hetzelfde systeem voorgeschoteld.

In juni realiseren drie andere koren, Ars Vocalis, Arte Vocale en De 2de Adem de wereldpremière van jouw werk Estasi. Wat voor werk is dat?

Estasi is een heel ander verhaal. Het is een soort van reductie en herwerking van een groter werk, Visioni ed Estasi, dat in 2015 werd gecreëerd tijdens de TENSO Days van het Festival van Vlaanderen Mechelen. Ik schreef de herwerking op aanvraag van de twee uitvoerende dirigenten, Maarten Van Ingelgem en Diederik Glorieux, twee oud-studenten van mij. Het resulterende nieuwe werk is dubbelkorig geschreven, voor amateurkoren en elektronica. Hier is wel een volledige notatie van alle muziek, maar het nodigt uit om ruimer na te denken over zowel de stem als de ruimte. Koren worden op verschillende plaatsen in de zaal opgesteld en beperken zich niet tot zingen, maar maken ook gebruik van spreken.

Je doceert compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen en het Conservatorium van Amsterdam. Kun je daar je ervaringen doorgeven met het schrijven voor koor of het schrijven voor amateurkoor?

Ik vind het heel belangrijk om als compositiedocent zoveel mogelijk de link te leggen met de praktijk, en zeker met niet-professionele uitvoerders. Componisten laten de amateurmuziekwereld vaak links liggen. Die wereld is nochtans zo groot en zo gevarieerd en biedt zoveel uitvoeringsmogelijkheden. Ze vormt tegelijk een grote uitdaging voor elke componist: je moet goed de mogelijkheden en limieten leren kennen van je potentiële uitvoerders. En als je dan zelf niet uit een koortraditie komt, is het niet gemakkelijk om haalbare én interessante muziek voor koren te schrijven.

Je organiseert jaarlijks SoundMine, een zomercompositiestage van Musica (Neerpelt) voor jonge componisten. Dat draait heel erg om het geven van rechtstreekse feedback vanuit de uitvoering, niet?

SoundMine is echt mijn troetelkind. Het is heel fijn dat creatieve jonge mensen daar dingen kunnen uitproberen. Tijdens SoundMine schrijven jonge componisten een werk en krijgen daarop meteen feedback van mij en van de muzikanten. Zo kunnen ze meteen ervaren wat wel en wat helemaal niet werkt. Muziek wordt in de eerste plaats gecomponeerd om uitgevoerd te worden en daar maken we hen hier heel sterk van bewust. Muziek moet echt leven, niet mooi ingepakt en in een kast gelegd worden.

Worden daar ook composities voor koor geschreven?

Ja hoor en dan zingen we die samen. Vorige zomer hadden we de luxeversie van de stage, omdat we een professioneel orkest tot onze beschikking hadden. Ik ben artist in residence bij deFilharmonie (nu Antwerp Symphony Orchestra) en dat orkest voerde tijdens de stage de nieuwe composities uit. Voor koorcomposities hebben we helaas nog niet hetzelfde kunnen doen. Die moeten we zelf zingen.

Denk je dat componisten en koren er baat bij zouden hebben om nauwer met elkaar samen te werken?

Absoluut. De kloof tussen componisten en uitvoerders kan zeker en vast meer overbrugd worden in het voordeel van beiden. Ik geloof dat daar in de toekomst nog veel mogelijk is en dat Koor&Stem daar als tussenpersoon een belangrijke rol in kan spelen.

Bedankt voor dit boeiende gesprek!


Uni ducenti: concert 200 jaar UGent en ULiège

Voor hun 200ste verjaardag schakelden de UGent en ULiège Wim Henderickx in om een spektakelstuk te schrijven, speciaal voor de gelegenheid: Antifoon - Festival Edition. De uitvoerders? Dat waren de koren en orkesten van de universiteiten zelf. Niet minder dan 350 muzikanten samen op één podium: vier orkesten en twee koren en bovendien vier simultane dirigenten en coördinatie van Wim Henderickx. Geen gemakkelijke klus! Het programma werd aangevuld met o.m. Whitacre, Gjeilo, Sibelius,... en werd afwisselend gedirigeerd door de betrokken dirigenten. In Bozar vond het concert plaats in aanwezigheid van de koning.

'Het vroeg veel tijd om de nogal onconventionele partituur, met tijdsblokken vol akkoordclusters, te doorgronden, studeren en appreciëren. Als individuele muzikant klinkt je partij zeer bevreemdend. Wie het uiteindelijke resultaat in de Capitole, Forum de Liège of Bozar heeft mogen aanhoren, kan bevestigen dat de gecreëerde klankwolken verrassende sferen oproepen. Dat was ook voor ons verrassend. Maandenlang intensief samenwerken om het gevarieerde programma van de Uni Ducenti concerten op punt te stellen, heeft de verschillende ensemble zeker dichter bij elkaar gebracht. Doorheen het proces konden we artistiek en organisatorisch ontzettend veel van elkaar leren. Het was een huzarenstukje om dit alles georganiseerd te krijgen, maar we kunnen zeer tevreden terugblikken op dit grootse avontuur!'.

Simon Allosserie, bestuurslid Gents Universitair Koor


The making of... Estasi

Op 1 mei stelden De 2de Adam Gent en Ars Vocalis Kortrijk hun deuren open voor publiek tijdens de Week van de Amateurkunsten. Je kon er getuige zijn van de eerste repetitie van Estasi met de componist himself, Wim Henderickx. Boeiend, zo'n inkijk in het repetitieproces van een bijzonder werk!

'Als koor voor hedendaagse muziek zijn we bij De 2de Adem wel wat gewoon, maar Estasi gaf mij bij de eerste repetities een extra gevoel van vervreemding. Is dit eigenlijk koormuziek? Gebruik ik mijn stem wel juist om weer te geven wat de componist verwacht? Die verrassende ritmes, wat zou dag even bij gelijktijdige uitvoering met de andere koorpartij? Ik ging met een onzeker gevoel naar de eerste repetitie met Wim Henderickx. Het was echter een heel positieve ervaring. Of het nu ging over opstelling in de kerk, geluidsterkte, stemgebruik,... steeds focuste Wim Henderickx op de sfeer en gevoelens die hij hoorde weerklinken. Hij vertelde ons over het emotioneel effect dat onze stemmen opriepen. Dat motiveerde ons om zelf scherper te luisteren en er nog meer gevoel in te leggen. Van donderend robuust tot diep sensueel. Geluiden die in die kerk akoestisch een extra invulling kregen. Als we bij de uitvoering dezelfde gevoelens wakker kunnen maken, dan wordt het publiek misschien wel extatisch!'.

Ria Cabus, voorzitter De 2de Adem