06.05.00
Interview met Wim Henderickx over invloeden en historische plaatsing, 2000
Snyers, K. (Antwerpen, 6 mei 2000) – Unpublished
In eerder afgelegde interviews spreekt men altijd over de structurele invloed van componisten als Stravinsky, Ligeti, Bartok, … Hebben deze mensen u ook geïnspireerd op het vlak van hun interesse in oosterse culturen?
Nee, ze zijn op dat vlak geen inspiratiebron voor mij geweest. Toen ik als beginnend componist Messiaens ‘Technique de mon Language musical’ las, was ik me nog niet bewust van zijn fascinatie voor het Oosten. Het bleef niet hangen. Achteraf ontdekte ik dit pas.
Wat me in deze componisten aantrok was het concept van hun composities. Het muzikale gegeven van het Oosten kwam pas later. Trouwens, wat me interesseerde was de filosofisch-religieuze kant van het Oosten. Hiervan vertrek ik, niet van de muziek. Achteraf zie je die invloed van de componisten wel in de muzikale uitwerking. Maar in de raga’s bijvoorbeeld zie je dit al niet meer. Het muzikale denken zie je dus bij de uitwerking in de eerste composities, maar niet op het gebied van structuur.
Maar wat met bijvoorbeeld Xenakis? U beweert dat u onder andere de oerkracht in zijn werken apprecieert? Is dit dan geen indirecte invloed van Indische en oosterse elementen in Xenakis’ muziek? Oerkracht kan toch in zekere zin in verband gebracht worden met het Oosten?
Neen, niet echt. Ik werk namelijk als volgt: het concept, de idee uitdenken is iets totaal verschillend van de uitwerking. Ik worstel dan ook met de notatie, niet met het concept. Hoe verklank ik het concept? Hiermee helpen componisten mij: door na te gaan hoe zij bepaalde ideeën noteren. Niet door de stilistische uitwerking.
…Nu zit ik in een periode dat ik me hier minder om bekommer…
Als ik een partituur beluister, kijk ik meer hoe deze genoteerd wordt. Ligeti en Xenakis zijn hier vooral mijn inspiratie geweest. Niet door het concept, maar door hoe zij het noteren. Niet de beoordeling, maar de vraagstelling primeert. Dit reflecteer ik dan naar mijn eigen composities: hoe kan ik dit noteren?
Als ik het goed begrijp hebt u de inspiratie voor uw oosters geïnspireerde manier van componeren niet geput uit de ideeën van uw voorgangers. Waar komt die interesse dan vandaan? Sluit u misschien aan bij Ton de Leeuw die van mening was dat de belangstelling voor niet-westerse muziek en oosterse filosofie moet begrepen worden in een langere westerse traditie: het zoeken naar nieuwe oriëntatiepunten bij het uiteenvallen van de tonaliteit? Of hebt u een zelfstandige stijl ontwikkeld los van dit alles?
Ik doe mijn eigen ding, maar ik ben ook tegen de traditie. In de muziek van de twintigste eeuw zie je componisten vaak teruggrijpen naar vorige stijlen, in het bijzonder naar het Gregoriaans. Pärt, Goethals, ... Eigenlijk is dit terug naar de bron keren. Ik heb een enorme fascinatie voor de oorsprong, maar ook voor het verval van de tonaliteit. Hier bedoel ik mee dat ik respect heb voor de componisten die vooruit willen denken. Maar voor mij is denken aan oosterse klassieke muziek terug naar de oorsprong gaan. De oosterse muziek zit al in ons cultuurgoed. Nu ziet men pas de link met de niet-westerse culturen.
Mijn muziek is vooral een soort zoeken naar het breken met het tonale systeem door enerzijds het atonale systeem en anderzijds het modale denken aan te wenden. Voor mij gaf het seriële denken nooit volledige voldoening. Het modale denken gaf hier de oplossing voor. Aanvankelijk heb ik dit misschien gedaan op de Messiaen-wijze. Hieruit ontstonden mijn eigen modi. Onbewust sluit ik hier dus aan bij Messiaen omwille van het gebruik van artificiële modi.
Ook in het gebruik van modi is er weer een evolutie merkbaar. In de periode van Darmstadt begon ik modi te gebruiken, maar met een seriële ordening. Dit evolueerde stilaan naar een modaal systeem waarbij ik het serieel systeem heb laten varen. Een volgende stap zal wellicht meer naar intuïtie neigen, in tegenstelling tot Darmstadt.
De ontwikkeling van een eigen stijl, de oosters geïnspireerde, is dus een verdere stap in een evolutieproces?
Inderdaad. Een eerste stap was de fascinatie voor niet-westerse muziek door de percussie. Als percussionist ga je op zoek naar je roots, in dit geval naar Afrika. Dit is een evidentie: je komt automatisch in contact met dat milieu. Deze periode was echter een proef- of studieperiode.
Een tweede stap was eerder een niet-muzikale, filosofische zoektocht. Wat zich naast de westerse filosofie, religie en geschiedenis afspeelde, boeide me. In de westerse maatschappij word je namelijk altijd grootgebracht met alleen westerse cultuur. Deze fascinatie ontstond toen ik volop in de periode van Darmstadt zat.
Een derde stap was een toevallige integratie van dit alles in de muziek. Aanleiding was dat ik in de problemen zat met de structuur van mijn muziek, en het nieuwe in de etnische muziek sprak me aan. Het filosofisch-religieuze aspect werd dus getransponeerd in de muziek.
Het oosten als inspiratiebron aanhalen is een van de kenmerken van het postmodernisme. Noemt u uzelf ook een postmodernist?
Een klassering interesseert me eigenlijk niet als componist. Wat me bezighoudt is hoe men tot een klassering komt. Onderverdelen is namelijk interpretatief. Een student zei me eens: “Jij bent hét type postmodernist. Alle kenmerken in jouw stijl verwijzen rechtstreeks naar het postmodernisme in ruimere zin.”
Ik stel me hierbij de vraag: wat is vernieuwing en in hoeverre ga je nooit je erfgoed meenemen. In zekere zin kan men mij tot de postmodernistische strekking rekenen omdat vele eigenschappen in mijn muziek naar het verleden verwijzen. Ik probeer alles te integreren wat maar kan. Ik ben niet op zoek naar het ultieme nieuwe. Dat zou naïef zijn.
In welke zin?
...Omdat het voor mij meer gaat over wat ik wil vertellen. Of dit nieuw is of niet laat me koud. Ik wil nieuwe dingen zeggen, maar of dit op een nieuwe manier is?
Het nieuwe fascineert me wel, maar ik gebruik enkel wat ik nodig heb. Een ander voorbeeld hiervan is Ligeti: hij gebruikt geen één systeem, maar verscheidene, naargelang wat hij nodig heeft. Cage, Feldman en andere componisten doen dit ook.
Een laatste vraag: waarom hebt u niet teruggegrepen naar onze eigen traditionele cultuur? Waarom wilt u juist andere culturen in muziek integreren?
In bepaalde streken zie je dat volkeren eigen volksmuziek gaan integreren. Nu wordt dit bij ons als oudbollig beschouwd. Misschien is het daarom dat je naar andere culturen gaat zoeken. Bovendien is exotisme een trend.
Bij mij werkt dit allemaal erg inspirerend, maar ik ben me ervan bewust dat je nooit volledig in een cultuur kan komen. Bovendien doet zich nu ook het probleem voor dat een cultuur waar belangstelling voor komt, zich al vlug gaat populariseren.
Maar dit is uiteraard een ander hoofdstuk…