18.07.01
Interview met Wim Henderickx over intentie, K. Snyers 2001
Snyers, K. (Antwerpen, 18 juli 2001) – Unpublished
Muziek componeren is voor u een levenswijze. Het moet bovendien de mensen beroeren. Maar wat wenst u zelf te bereiken of wat was uw eigen intentie in uw muziek?
Voor mezelf is componeren alleen een noodzaak. Ik schrijf muziek omdat het niet anders kan. In het begin componeerde ik nog in opdracht, omdat ik weliswaar gevleid was. Nu wil ik alleen werken aan dat wat ik voor 100% wil doen. Het schrijven zelf is een worstelen met de materie. Ik wil namelijk naar de kern gaan van wat componeren nu eigenlijk is
Wat betekent ‘de mensen beroeren’ eigenlijk?
Ik denk dat muziek iets moet loslaten in de mens. Er moet een relatie ontstaan met het publiek. Het moet het daarom niet mooi vinden. Iets lelijk vinden of een negatief gevoel krijgen is ook een vorm van beroeren.
Wat betekent dit concreet voor Mysterium, Dawn en Raga III?
Enerzijds was het componeren van deze werken wel noodzaak. Dit hele gegeven is een uitmonden van een levenszoektocht, het uitmonden in een muzikaal ervaren. Ik denk dat ik de invloed van het niet-westerse denken nodig had in mijn zelfevolutie. Heel de invloed van het denken is uitgemond in deze muzikale werken die wel buitenmuzikaal zijn geïnspireerd. Daarom ook dat er zich op dit moment weer iets nieuws aankondigt.
Stel nu dat u uw publiek bereikt met uw muziek, maar dat het een heel andere ervaring heeft dan u had vooropgesteld. Is uw opzet dan geslaagd?
Ik maak me daar niet druk om. Het buitenmuzikale zit in de muziek, maar in een bredere context dan zuiver het verhaal. Het is eerder iets globaals. Ik werk niet direct met het buitenmuzikale. De algemene impressie overheerst, het buitenmuzikale is eerder een idee die aan de basis ligt van mijn composities.
Componeren heeft voor mij namelijk iets religieus en mystiek. Het vloeit voort uit een levenshouding. Ik wil niet zeggen dat ik mijn publiek wil bekeren tot mijn overtuiging. Ik denk dat deze houding ook niet naar de mensen toe gericht is. Het vloeit louter uit mezelf voort.
In dit geval kan men dan toch eigenlijk zeggen dat uw uitgangspunt (bv. de zen-tekst van Mysterium) geen belang heeft voor het publiek. Wilt u de mensen dan niet deel laten uitmaken van uw oosterse interpretatie?
Ze mogen deel uitmaken, maar ze moeten niet. Ik wil zeker niet opdringerig zijn.
Het feit dat uw muziek geen uitdrukking of uitbeelding is van de inspiratiebron of de werktitel, maakt het voor het publiek natuurlijk moeilijk om de inspiratiebron eruit te halen. Toch stel ik me hierbij de vraag waarom u dan toch directe middelen hebt ingezet. Als voorbeeld geef ik de vorm en de verschillende technieken eigen aan de raga in Raga III.
Ik geef altijd een duiding als inleiding tot een concert. Dit kan op verscheidene niveaus, afhankelijk van het soort publiek. Maar steeds geef ik de algemene idee achter de compositie in kwestie mee. Andere suggesties blijven slechts vage begrippen. Ik noem het maar basisgevoelens, of om het in de Indische benaming te zeggen: rasas.
Wat betreft de aanwijzingen in de partituur zelf, geef ik ook suggesties. Maar dit gebeurt op een ander vlak, namelijk op het uitvoerend vlak. Ik geef met andere woorden suggesties om de uitvoerder te inspireren. Raga III is hier een mooi bewijs van.
Voor Dawn heeft het buitenmuzikale een andere betekenis. Je vertrekt van een tekst. Vanaf dat moment krijg je de idee van die tekst letterlijk voorgeschoteld. Dawn is omwille van haar vocale karakter dus onvermijdelijk heel direct.
Uw intentie wordt ook in de partituur aangeduid. Ik denk hierbij aan Raga III waarin u termen als ‘sad but spiritual’ e.a. invoegt. Zijn er nog andere aanwijzingen in de partituur die uw intentie verraden?
Raga III is eigenlijk een uitmonden van de suggesties (zie eerder). De idee van het oosterse denken wordt in de benaming doorgetrokken. In andere composities komt dit niet echt tot uiting. De suggestie zit in de gewone (Italiaanse) benaming.
Je zit hier natuurlijk met een tussenschakel, namelijk de uitvoerder. Het is belangrijk de relatie naar deze goed te onderhouden. Dit komt vooral in Raga III tot uiting: hoe kan je de uitvoerder vertrouwd maken met de (compositorische) intentie van deze muziek? Ligeti en Messiaen gaven ook veel aanwijzingen in hun muziek. Vooral Ligeti schreef veel tussen de regels in.
U bent van mening dat emotie onderbouwd moet worden door een goede vorm. Waarom gebeurt dit in de vorm van voornamelijk post-seriële technieken en geen tonale muziek? Deze rationele techniek staat toch volledig in contradictie met persoonlijke emotionaliteit?
Ik maak steeds een onderscheid tussen intuïtie en ratio, tussen wat ik wil vertellen en hoe ik het ga vertellen, tussen esthetiek en techniek. In bepaalde perioden, zoals de Romantiek, werd het esthetische bepaalt door de techniek. Bij mij staan ze los van elkaar.
Serialiteit paste ik toe omwille van de periode Darmstadt. Ik had het gevoel dat België tekort schoot op het vlak van nieuwe muziek. Daarom had Darmstadt een zeer grote invloed op mij. Ik ontdekte dingen die ik voordien niet kende. Post-serialiteit was dus een evidentie, zeker voor wat betreft Mysterium, het eerste werk na deze periode.
Waarom hebt u eigenlijk niet meer intuïtief, vrijelijk gecomponeerd? Waarom kon u het serialisme niet loslaten voor een meer directe en voor de hand liggende uitdrukking van emotie?
Ik start altijd zeer intuïtief. De eerste fase van het componeerproces is de idee. Vervolgens analyseer ik mijn ideeën: ik leg ze grafisch vast, noteer dan pas de akkoorden, die ik in een laatste stap in een context plaats. Ik start dus eigenlijk bijna van een romantisch idee. Techniek moet er altijd voor mezelf inzitten. Techniek stimuleert mijn intuïtie. Het geeft mij de mogelijkheid om te weten waar ik mee bezig ben, wat ik aan het doen ben.
Het intuïtieve denken zet ik ook verder in het componeren zelf. Zo denk ik vanuit grepen, vanuit de gestiek van bepaalde instrumenten, en niet in akkoorden.
Hoe moet ik in dit verband volgende uitspraak interpreteren: alles ligt vast, maar moet nog in een muzikale taal geordend worden?
Het kan lang duren eer ik mijn idee in een vorm kan gieten. Pas dan is het stuk geslaagd. De idee moet rijpen, in de geest broeden, vooraleer ik haar kan noteren.
Terug naar het uitgangspunt: u vindt de oosterse manier van denken een schitterende rijkdom en verademing op het westerse denken. In welke zin is de oosterse wereld een aanvulling op de westerse?
Muzikaal is het zeker een aanvulling, omdat men in het Oosten niet werkt met harmonieën, getemperde systemen, e.a. Bovendien is de oosterse stemming niet te nemen zoals wij ze denken. Niet alles draait er om verticaal denken, zoals de hele westerse muziekgeschiedenis.
In het algemeen is het Oosten voor mij een aanvulling omwille van het omgaan met leven, dood, mysterie, ... Niet dat ik vind dat dit de zuivere waarheid is. Ik ben gefascineerd door het feit dat de oosterse denkwereld nooit direct is. Er wordt altijd een vraagstelling, een weerkaatsing tegenover een idee geplaatst. Er is geen ultiem antwoord.
Juist omdat ik zo westers ben, trekt het Oosten mij aan. Ik ervaar vooral het evenwicht dat zo typisch is voor het Oosten.
Poneert u dan geen maatschappelijke aanklacht, namelijk dat het Oosten ons op filosofisch en levensbeschouwend vlak wat te leren heeft?
Ik wil zeker niet tot een symbiose of een cross-over komen. Het multiculturele vraagstuk interesseert mij niet zodanig. Ik heb te veel respect voor de andere culturen. Ik neem ook geen statement in. Elke cultuur interesseert me. Ik heb overigens nooit overwogen een reis te ondernemen naar Indië om de muziekcultuur in haar context te gaan bekijken. Ik ben trouwens zeer blij dat ik het parfum van deze cultuur nooit opgesnoven heb. Mijn muziek blijft immers westers!
Ik ben vertrokken vanuit de oosterse religie (Boeddhisme, Zen, Hindoeïsme), maar niet vanuit een zoektocht naar een eigen religie. Het was meer een interesse. Vanuit deze religie ben ik uiteindelijk in de muziek beland. Het is gestart vanuit een voelen van oosterse dingen, soms zelfs een evocatie van het oosterse denken. Maar ik besef het gevaar dat de compositie kitscherig en exotisch getint kan worden. Daarom blijf ik westers denken.
Ten slotte: U tracht de oosterse wereld op een eerlijke manier te integreren. Wat verstaat u onder eerlijk?
Met veel respect, omdat de culturele eigenheid soms verdwijnt. Eerlijkheid is voor mij: een westerse visie hebben op de andere cultuur en haar denken, haar religie en haar muziek. Maar deze visie tegelijkertijd in een levensvisie integreren. Dit staat volledig los van wat anderen (luisteraars) moeten weten. In elk geval wil ik van mijn composities zeker geen handelsmerk maken.