0%
artikel
Datum

14.11.14

Empty Mind I, Staalkaart, november 2014

‘Voor hobo schrijven is een vorm van koorddansen’
Interview met Wim Henderickx en Piet Van Bockstal over Empty Mind I
Tom Janssens

Haal een componist in huis, en je weet wat er van komt. Wim Henderickx, artist in residence bij deFilharmonie, schreef speciaal voor Piet Van Bockstal een hoboconcerto. Empty Mind I is een dubbelcompositie: vorig seizoen ging de versie voor hobo en elektronica in Lausanne in première, eind november wordt de symfonische versie in Antwerpen en Brugge ten doop gehouden. Maar ook in zijn orkestrale gedaante bewaart het stuk, gebaseerd op de minimalistische kunst van Agnes Martin, een elektronische component. Want als er iets is waar componist en solist het over eens zijn: wie vandaag orkestmuziek schrijft, moet denken aan de toekomst. "Je zou ervan versteld staan hoeveel componisten nog vasthouden aan het traditionele kleurenpalet van een symfonisch orkest." Tom Janssens

Piet, vooraleer we inzoomen op Empty Mind I, kan je kort toelichten wat je band is met de muziek van Wim Henderickx?

Piet Van Bockstal: "Eerst en vooral moet ik stellen dat we elkaar al zeer lang kennen. Wim en ik hebben elkaar ontmoet tijdens onze legerdienst, in de Muziekkapel van de Grenadiers. Hij speelde toen nog in het Nieuw Belgisch Kamerorkest, ik zat nog maar net in deFilharmonie. Wim was op dat ogenblik 'the coming man' van de Vlaamse muziek. Met ons orkest hebben we toen de drie Raga's opgenomen, zeer verrassende muziek in die tijd. Wim was al vroeg bezig met Indische muziek, boeddhisme en tantrisme: thema's die tegengesteld waren aan die van een componist als Luc Brewaeys, die we bij deFilharmonie ook vaak speelden. Eigenlijk ben ik de muziek van Wim constant blijven uitvoeren. Ik vind het bijzonder kleurrijke muziek, ze inspireert. Ik speel zeer veel hedendaagse muziek, en dan merk je dat Wim wegschuift van de taal die je vaak tegenkomt. Tal van actuele componisten volgen een traditioneel idioom, en wijken daar zelden van af. Zoiets kan je van Wim niet zeggen: hij schrijft vrijer, losser, zodat je als muzikant ook de vrijheid krijgt om iets in de muziek te leggen. Eenvoudig gezegd: Wims muziek 'zweeft' meer, ze is niet met pluggen en ijzers in de grond gebeiteld."

Kan je je daarin vinden, Wim?

Wim Henderickx: "Het is altijd moeilijk om je eigen muziek te horen definiëren, maar ik ben wel blij met wat Piet zegt. Het is niet zo dat ik mijn oren sluit voor wat er gebeurt op hedendaagse muziekfestivals. Nog steeds ben ik hongerig naar wat er om me heen gebeurt, ook al schrijf ik muziek op mijn manier. Bij mij is inderdaad altijd een artistieke vrijheid aanwezig. Mijn muziek is wel degelijk gestructureerd, maar nooit vanuit een seriële of spectralistische esthetiek. Ik ben iemand die allerlei technieken en stijlen opneemt, maar bewandel mijn eigen weg."

In welke zin is Wim als componist geëvolueerd?

Van Bockstal: "Ik zou zeggen dat zijn recente muziek dieper en losser geworden is. Meer dan vroeger legt Wim zijn eigen gevoelswereld in zijn muziek: de gebaren zijn groter, de dimensies zetten zich in alle richtingen uit. Er is ook meer vertrouwen in de muzikant, denk ik."

Henderickx: "Dat klopt: ik hou van muzikanten, ik vind het fijn om hen een zekere verantwoordelijkheid te geven. Ik ben momenteel dan ook erg bezig met de toekomst van een orkest, klankmatig en conceptueel. Ik vind een symfonieorkest een heel modern apparaat: het is niet alleen iets uit het verleden, maar ook van nu en van morgen. In de werken die ik nu wil maken, als artist in residence bij deFilharmonie, wil ik dingen doen die nieuw zijn, maar waarvan ik denk dat ze zullen werken. Dat kan je alleen doen met een orkest dat je kent, en waarmee je een relatie hebt opgebouwd."

Er zijn nochtans stemmen die zeggen dat het symfonieorkest afgeleefd is.

Henderickx: "Totaal niet akkoord, en dat zeg ik niet omdat we dit gesprek voeren in de cafetaria van deFilharmonie. Soms wordt de indruk gewekt dat het orkest er alleen voor oud repertoire is. Maar voor jonge componisten biedt het apparaat net enorm veel mogelijkheden. Ik gaf onlangs een orkestworkshop op een compositiestage, en je ziet meteen de gretigheid en de fantasie die loskomt bij jonge componisten. Op orkestraal vlak is er nog enorm veel mogelijk, er liggen heel wat kansen open."

Dat horen we bijvoorbeeld in Empty Mind I. Maar vooraleer we daarover verder praten, kan je eerst de titel toelichten?

Henderickx: "Ik ben erg geïnteresseerd in het concept van de leegte. Bij toeval ben ik bij de Amerikaanse kunstenares Agnes Martin uitgekomen, die daar heel sterk mee bezig was. In haar schilderijen gaat het om lijnen en rasters, een soort abstract minimalisme dat de 'leegte' wil vangen. Ik had meteen het gevoel iets ontdekt te hebben: haar kunst was de aanleiding om met een nieuwe, lege geest te componeren. De reproducties lagen letterlijk naast me terwijl ik aan het componeren was. Vandaar dus Empty Mind I. Wat niet wil zeggen dat het ook makkelijke muziek is, integendeel. Voor de luisteraar, maar ook voor solist en orkest is het werk erg uitdagend. Maar het geeft wel uitdrukking aan de betekenissen van 'leeg' en 'vol'. Zoals Martins beelden, die heel leeg, maar op een bepaalde manier ook vol zijn."

Van Bockstal: "Als uitvoerder voel ik aan dat de muziek inderdaad opgebouwd is uit contrasten: het verschil tussen leeg en vol wordt sterk uitgespeeld. Er zitten lege, ijle passages in het stuk, die materieloos lijken. Daartegenover staan compacte en gecomprimeerde segmenten. Soms klinkt de muziek als vooruitbewegende geluidswolken, soms is die haast bewegingsloos. Het enige wat dan klinkt, zijn strepen die in de lucht kringelen."

Henderickx: "Die contrastwerking zit ook op microniveau. Er zijn metrisch exact genoteerde passages tegenover momenten waarop de solist zelf de volgorde van het materiaal kan bepalen. In het orkest spelen de strijkers, elk voor zich maar toch in groep, geluidsgolven: bewegende drones die buiten de 'exacte' tijd van de overige instrumenten staan. En er zit uiteraard ook een tegenstelling tussen het akoestische materiaal en de live elektronica."

Het is ook een spatiaal stuk: de hobosolist moet verschillende posities innemen en ook de orkestopstelling wijkt af van wat normaal is. Wat levert zoiets op?

Henderickx: "De vraag is: waarom zitten we altijd frontaal naar muziek te luisteren? Ook een stereo-installatie staat altijd frontaal voor ons. Terwijl het net prachtig is om de ruimte mee te betrekken in de muzikale beleving. Alleen zijn vrijwel alle concertzalen opgetrokken vanuit de idee van een frontaal podium. Daarom experimenteer ik met alternatieve opstellingen voor het orkest. In Tejas heb ik groepen gemaakt op het podium. Maar in dit concerto is de orkestrale taal anders: de partituur heeft een bepaalde 'openheid'. De muziek vraagt niet altijd om exact getimede inzetten, waardoor ik muzikanten ook in de zaal kan opstellen. Ik vind het ook mijn taak als componist om zulke dingen uit te testen."

Van Bockstal: "Daar ben ik het helemaal mee eens. Een hedendaags componist moet niet herkauwen wat in het verleden zo vaak geserveerd werd. Zoals Wim ook aangaf: bij deFilharmonie wordt nagedacht over waar het heengaat met een orkest. Hoe ziet het repertoire van morgen eruit? Je zou ervan versteld staan hoeveel componisten nog steeds vasthouden aan het traditionele kleurenpalet van een symfonisch orkest. Of hoeveel er nog zijn die orkestmuziek schrijven in geijkte vormen."

Anderzijds noem je het werk wel een ‘concerto’, wat toch een historisch geladen genre is.

enderickx: "Die indicatie moet je eerder abstract bekijken. Ik hou van suggestieve titels, die extramuzikale informatie geven. Anderzijds is het in de zuivere zin van het woord een 'concerto': er is een protagonist en een grotere groep. Er is echter geen traditionele 'dialoog' tussen beide, maar een andere manier van communicatie. De term heeft voor mij ook geen formele betekenis: het werk heeft geen drie delen met een adagio in het midden."

Waarom die keuze voor de hobo?

Henderickx: "Ik vind de hobo een enorm fascinerend, maar ook buitengewoon moeilijk instrument. Het ligt uiteraard voor de hand om te experimenteren met allerlei ingewikkelde speeltechnieken, maar naar mijn gevoel is de hobo toch in de eerste plaats een melodie-instrument. Empty Mind I is één en al melodie. Bovendien is het een instrument dat niet-westerse klanken mogelijk maakt. Het is een dubbelrietinstrument dat ook aan andere culturen kan refereren. Dat fascineert me, en daarom werkte ik met microtonen binnen die melodieën."

Van Bockstal: "Ik zou zelfs verder willen gaan: de hobo is ook een enorm beperkt instrument. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van een hoboïst, maar als je het vergelijkt met de fluit of de klarinet, dan heeft het een klein dynamisch palet. Muisstil op een hobo spelen is haast onmogelijk, net zoals je er ook niet heel luid op kan spelen. Tegelijk is het qua klank prominent aanwezig: iedere hoboïst voelt zich in een orkest de olifant in de porseleinkast. Ook qua tessituur zijn er beperkingen: de hobo kan wel hoog, maar die tonen zijn niet steeds bruikbaar. Het is dus een uitdaging om voor dit instrument te schrijven zonder in experimentele clichés te vervallen. Voor hobo schrijven is een vorm van koorddansen. Ik kan je tientallen voorbeelden geven van componisten die daar niet in slagen. Maar ik zeg er meteen bij dat Wim daar wel in geslaagd is."

STAALKAART #27 NOVEMBER-DECEMBER 2014

Empty Mind I 
Wim Henderickx 
Piet Van Bockstal 
28 november 2014, 20u00 deSingel, Antwerpen Wereldcreatie 
29 november 2014, 20u00 Concertgebouw, Brugge 

Martyn Brabbins, dirigent 
Piet Van Bockstal, hobo 
Liesbeth Devos, sopraan 
Frits Celis, Preludioе narrazione, opus 18 
Wim Henderickx, Hoboconcerto, Empty mind 1 
Dmitri Sjostakovitsj, Symfonie nr. 10 in e, opus 93 
www.concertgebouw.be 
www.defilharmonie.be 
www.desingel.be