10.03.00
Triumph of Spirit over Matter, Muntmagazine 2000
Muntmagazine 42, maart 2000
door Yves Knockaert
'Grensverleggende kameropera'
"Grensverleggend" is het eerste woord dat Wim Henderickx uitspreekt als hij het heeft over de compositie van zijn kameropera Triumph of Spirit over Matter. Met "grensverleggend" bedoelt hij dat een eerste avondvullende opera bijzonder veel betekent voor een componist, dat het invloed heeft op je schrijfstijl, op je denken over compositie, op het bedenken van concepten, op het brengen van eenheid over een grote tijdsruimte, kortom op alles en zeker ook op alles wat hij in de toekomst zal schrijven. Het werkproces zelf is tegelijk een marteling en een loutering geweest.
Wim Henderickx: Nooit heb ik zoveel momenten gehad van vertwijfeling. Nooit was het zo moeilijk om tot de juiste inzichten te komen op bepaalde momenten, om de juiste beslissingen te nemen. Maar die drie jaar heb ik dan ook bijna niets anders gecomponeerd en daardoor had ik tijd om na te denken om de stress van het niet verder kunnen telkens te laten uitluwen en dan de zaak weer fris te bekijken. Ik ben door de diepste dieptepunten gegaan, maar ik ben absoluut verrijkt en gelouterd. En uiteindelijk kan ik niet anders dan zeggen dat ik heel tevreden ben met het resultaat. Nu zijn we natuurlijk aan de volgende stap toe: de voorbereiding van de première. In deze fase heb ik veel contact met het regisseursteam, met Johan Simons en Paul Koek en ik heb alle vertrouwen in hen, in hun theatergroep Hollandia, omdat ik al veel werk van hen gezien heb, dat mij keer op keer absoluut boeide. Alhoewel ik echt betrokken ben in het groeien naar de uiteindelijke voorstelling, kan ik hen tegelijk helemaal vrij laten om dat te doen dat zij echt willen. Ik zie het wel als we het ogenblik van de première daar is. Dus ik volg alles op, ik antwoord op hun vragen, maar ik ga niet zelf effectief eisen stellen voor de regie. Uiteindelijk is het werken aan een opera een teamgebeuren, en je moet op iedereen kunnen vertrouwen. Ook dat is een heel andere ervaring als componist, en zelfs tijdens het werkproces stel je je op dat teamgebeuren in, je bent niet geïsoleerd op je papier bezig.
Yves Knockaert: Dit is niet echt je eerste muziektheaterervaring. Vorig jaar heb je de muziek geleverd voor Behouden Stem, Conversations with M., met een ingrijpende bewerking van een madrigaal van Claudio Monteverdi als uitgangspunt.
Wim Henderickx: En dat madrigaal was onherkenbaar in het eindresultaat van de muziek. Het grote verschil is dat het toen ging om drie zaken: film, theater en muziek. Eerst werd de film gemaakt, dan het theater en uiteindelijk werd de muziek aan het geheel toegevoegd. Die werkwijze lijkt misschien wat vreemd, maar toch is het zo gebeurd. Bij Triumph nu gaat het dus om een ‘klassieke’ kameropera. Een ander verschil is dat het team dat aan Behouden Stem behoorlijk jong en nieuw was in het muziektheater en dat voel ik nu bijzonder sterk, als ik dan nu met een ervaren iemand als librettist mag werken.
Yves Knockaert: Die ervaren iemand is Johan Thielemans, die inderdaad niet aan zijn proefstuk toe is als librettist.
Wim Henderickx: De samenwerking met Johan Thielemans was vlekkeloos. Zijn ervaring als toneelmens is grandioos voor een componist, omdat je dan beseft dat elk tekstueel element theatraal, operamatig bijzonder sterk zal werken. Dat is dank zij zijn inzicht, want zo’n inzicht in enscenering van opera heb ik natuurlijk helemaal niet. Met inzicht bedoel ik het vooruitdenken en vooruitkijken, visualiseren bijna, vanuit de plannen van het libretto tot in de scenische realisatie - zoiets heeft Thielemans helemaal. Zijn ervaring zie ik ook in allerlei "truuks": ik bedoel met dat woord niets verkeerds, maar wel dat hij voor elk dramatisch moment de juiste tekst schrijft, die effectief het moment zeer dramatisch laat werken. Van hem heb ik dus ontzettend veel bijgeleerd. Ik heb Johan leren kennen via de kameroperagroep Transparant. Zij hadden mij heel lang geleden gevraagd om eens iets te doen, maar toen was ik daar nog niet rijp voor.
Voor Triumph of Spirit over Matter ging Johan Thielemans uit van een volledig nieuw gegeven, dat hij zelf uitgedacht had en tot libretto heeft uitgewerkt. Het grote voordeel van deze werkwijze was dat ik over het ganse libretto beschikte, nog vóór ik zelf één noot had neergeschreven. Tijdens mijn compositieproces, bleef Johan Thielemans ook zeer dicht in de buurt en kon ik alles met hem doorpraten zolang en zoveel als nodig was. Hij was ook bijzonder vriendelijk om hier en daar aanpassingen te maken in z’n tekst.
Yves Knockaert: Met iemand als Johan Thielemans werken is uiteraard fantastisch, maar verliep het wel allemaal zo vlekkeloos als jij het nu hier voorstelt?
Wim Henderickx (lachend): Tja, de uiteindelijke titel vind ik nogal erg zwaar: Triumph of Spirit over Matter. Maar dat ligt misschien een beetje aan het verschil in generatie dat er is tussen Johan en mij. Hij is iemand die de jaren ‘60 werkelijk aan den lijve heeft beleefd, terwijl ik toen nog in mei ‘68 mijn eerste communie deed. Het verschil in generatie heeft herhaaldelijk geleid tot steun, begrip enerzijds en tot zekere conflicten anderzijds. Uiteindelijk blijkt heel duidelijk dat ik het verhaal veel lichter en met meer humor opvat dan Johan. Maar als hij merkte dat ik dat meer parodiërend benaderde, heeft hij helemaal niet geprotesteerd, hij heeft ingestemd met mijn visie, als één van de vele mogelijkheden, die zijn tekst biedt. Hier en daar is het dus echt opera buffa.
Yves Knockaert: Je staat intussen bekend als een componist met oosterse inspiratie, zeker door je Raga’s. Ik heb altijd beweerd dat jij als componist door en door een westers iemand bent en dat je interesse in oosterse filosofie en meditatie wel degelijk in je muziek doordringt, maar op een dieper niveau. Je schrijft alles behalve geen pseudo-Indische wereldmuziek, de invloeden zijn verwerkt.
Wim Henderickx: En toch krijg ik direct die stempel opgeplakt. Van dat imago van oosterling wil ik wel degelijk af. Dat is ook heel duidelijk in deze kameropera. In de Triumph of Spirit over Matter zal niemand oosterse inspiratie vinden. Het onderwerp laat het trouwens absoluut niet toe. Op de laatste scène na, is mijn muziek ‘anders’, wat hier zeker geen ‘raga’-sfeer betekent. In die zestiende en laatste scène staat de tijd stil en maak ik een knipoog naar de raga’s. De ontknopingsscène brengt alles tot "spirit", hier wordt alles gespiritualiseerd op een hoger niveau. Die scène is als een allegorie aan de schoonheid. In metafysische zin wordt de vraag gesteld: ‘Wat is schoonheid?’ En daar geef ik mijzelf bloot als componist van de Raga’s, daar is die stijl herkenbaar.
Die stilstand komt na vijftien heel snelle scènes, zo zie ik het toch en zo heb ik het ook gecomponeerd, helemaal op de drive. Ik wil dat het vooruitgaat, ‘up tempo’ heet dat in de slagwerkwereld, die tenslotte mijn oorspronkelijk domein is. Ik wil ook daarom niet werken met lange ouvertures of instrumentale tussenspelen. Nee, alles moet direct en snel gebeuren zodat de muziek dynamisch stroomt van het begin tot de fameuze laatste scène. Ik gebruik graag het beeld van het ‘zappen’. De toeschouwer zapt natuurlijk niet, maar ik zap hem als het ware van de ene scène naar de andere, in het snelle tempo van deze tijd.
Yves Knockaert: De synopsis, die ter aankondiging in de pers en in programmabrochures verschenen is, is bijzonder eenvoudig. Beck, een mislukt kunstenaar, verkoopt vervalsingen en wordt rijk en wereldberoemd. Aan de ene kant is er Elsie, de vrouw die absoluut in zijn talent blijft geloven en van hem houdt, aan de andere kant de galeriehouder, Günther Dreck, die niet gelooft in zijn kwaliteit en alleen op geld uit is. De vervalsingen komen uit en elk krijgt zijn verdiende straf. Is het echt zo eenvoudig?
Wim Henderickx: Toch niet. Elk personage is een complex geval op zich en staat in een complexe relatie tegenover de anderen. Dreck is zelfs niet in de mens geïnteresseerd. Hij droomt van kunst zonder kunstenaar, als het maar verkoopbaar is. Dat Beck in zijn grote armoede en mislukking als kunstenaar, beslist vervalsingen te gaan maken, doet je natuurlijk ook nadenken over de zuiverheid van zijn artistieke bezigheid. En Elsie is niet bang haar vrouwelijke charme in te zetten om te bereiken wat ze wil: er wordt min of meer gesuggereerd, dat ze wel met iedereen iets gehad heeft of zou kunnen hebben. Dan is er nog een heel belangrijk personage, Frank Beacon, de secretaris van Günther Dreck. Beacon doorziet alles en iedereen, hij is wantrouwig en recht door zee, hij is zowat het collectieve geweten.
Yves Knockaert: Een kameropera met een beperkt aantal personages op scène en een kamerorkest met een beperkt aantal instrumentisten: legt dat niet teveel beperkingen op?
Wim Henderickx: Ik heb die kleine bezetting, vocaal en instrumentaal, op bepaalde momenten uitvergroot tot maximale mogelijkheden. De vocale solisten moeten soms uit hun rol treden en fungeren als koor, daarbij versterkt door het vocaal inzetten van de instrumentisten (ik hoop dat dat goed zal werken!). Zo beschik ik dus over een koor, dat commentaar kan geven op de gebeurtenissen en dat in de handeling kan opgenomen worden. Ik maak ook gebruik van een synthesizer, die de pianist bespeelt, waarmee ik andere instrumenten kan vervangen, zoals een klavecimbel en een ‘toy piano’.
Yves Knockaert: Is de muziek van je opera vernieuwend?
Wim Henderickx: Dat is niet direct mijn bedoeling geweest. Het geheel is doorgecomponeerd, dat kon niet anders om het snel te laten vooruitgaan. De muzikale structuur, met monologen, dialogen en een vorm van aria nu en dan, is ingegeven door het verloop van het libretto. Ik werk niet met herkenningsmotieven of terugkerende melodische kernen in de zin van ‘Leitmotive’. Wel is er een muzikaal houvast in de zin van herkenningsatmosferen: bepaalde personen, terugkerende handelingen of plaatsen zijn muzikaal in een sfeer geplaatst. Die sfeer hangt nu eens af van een toonreeks, dan weer van een instrumentale combinatie. Voor mij is belangrijk dat die atmosfeer onmiddellijk herkenbaar is voor de luisteraar, dat die heel driect werkt. De partituur heeft uiteraard een zekere complexiteit en mijn muziek werkt ook in verschillende lagen of bodems. Maar ik heb er tegelijk naar gestreefd dat de ervaring voor de luisteraar vrij direct kan gebeuren.