03.04.09
Confrontations, Festival van Vlaanderen Mechelen 2009
Klaas Coulembier voor het Festival van Vlaanderen, Mechelen (april 2009)
Confrontations is een compositie die in 2003 tot stand kwam op vraag van Wereldculturencentrum Zuiderpershuis in Antwerpen. In Confrontations worden twee groepen slagwerkers – de ene groep Westers, de andere Afrikaans – tegenover elkaar geplaatst. Componist Wim Henderickx trok samen met slagwerker Gert François en vier studenten van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen naar Burkina Faso om er samen met meesterdrummer Adama Dramé en vier van diens Burkinese leerlingen het werk in te studeren. Dit jaar wordt Confrontations in Mechelen uitgevoerd met opnieuw Gert François aan de “blanke” kant en de Ghanese djembévirtuoos Babs Jobo aan de “zwarte” kant. Wim Henderickx spreekt over de uitdagingen en ervaringen die bij het project komen kijken.
Wim Henderickx: Het is natuurlijk één van die extreme projecten. Toen men mij dit vroeg, heb ik me toch eerst afgevraagd of ik dat wel wou maken. Ik vroeg me af of het project überhaupt mogelijk was, omdat ik in principe nogal sceptisch sta tegenover de zogenaamde fusion van – in dit geval – Westerse en niet-Westerse muziek. Ik ben natuurlijk wel sterk geïnteresseerd in niet-Westerse culturen, zoals de Indiase muziek die een belangrijke rol gespeeld heeft in enkele werken vóór Confrontations. Het was voor mij dan ook heel belangrijk dat we het project in Burkina Faso konden realiseren, vooral om te kunnen werken met de muzikanten zelf, in hun eigen omgeving. Ik wilde ook met onze eigen mensen naar daar gaan om op die manier een wederzijds respect te creëren tussen de beide groepen. Dit maakt dat het voor mij meer is dan een louter compositorisch project.
Wel is het zo dat Confrontations een echte compositie geworden is, en geen samenraapsel van enkele Afrikaanse ritmische cellen met wat Westerse accenten. Ik ben vertrokken vanuit een bepaald concept en een bepaald idee over de vorm van het werk, zodat je ook wel merkt dat het een echte compositie is en niet zomaar een experiment.
Dat brengt ons meteen bij een eerste verschil tussen de Westerse en Afrikaanse muziekcultuur. In Afrika heerst een mondelinge traditie waarbij muziek van leraar op leerling wordt overgeleverd en er geen sprake is van muzieknotatie. Wij Westerlingen zijn natuurlijk vertrouwd met de partituur en hebben die houvast meestal ook nodig.
WH: Vooraleer we naar Burkina Faso vertrokken, had men mij gevraagd om de muziek op te sturen, zodat de Afrikaanse slagwerkers zich zouden kunnen voorbereiden. Aangezien de partituur voor hen dus onbruikbaar was, stuurde ik een MIDI-track op van het werk, een computersimulatie. Hoewel die cd daar wel is aangekomen, kon men er niks mee aanvangen omdat hun systeem van muziek aanleren zo anders is. Daarom ben ik ook echt in het veld gegaan en hebben we stap voor stap het stuk op poten gezet.
Maar tijdens de repetities kwam er een tweede probleem naar boven. De Afrikaanse muzikanten konden vrij snel de muziek zelf wel vatten, aangezien ze vanuit hun mondelinge traditie buitengewoon snel en goed kunnen memoriseren. Zo lang we dus met beide groepen afzonderlijk werkten, ging dat nog, maar toen we de groepen voor het eerst samenbrachten, bleek dat we allebei – blank en zwart – een totaal verschillende groove hadden. En daar waren we niet helemaal op voorbereid. Ik kende het fenomeen wel, aangezien ik zelf ook uit de wereld van pop en jazz kom, waar eerder op gevoel dan in de maat wordt gespeeld, maar ik had me niet gerealiseerd dat dat zo verschillend kon zijn; dat de interpretatie van een eenvoudig ritme zo verschillend kon zijn, en dat het ook heel moeilijk zou zijn om die groove enigszins uniform te krijgen.
Naast een verschillende omgang met het aanleren van muziek is er dus ook echt een ander gevoel van ritme.
WH: Ja, inderdaad. De manier waarop wij een ritmische frase zo exact mogelijk zouden uitvoeren, is voor hen heel onmuzikaal. In het begin was dat echt een probleem en zat ik met de handen in het haar. Hoe zouden we dat ooit samen krijgen? Het had bovendien ook geen zin om de Westerlingen te laten aanpassen aan de groove van de zwarten, of omgekeerd. Ik heb juist die dualiteit in feeling, wat voor een slagwerker zo belangrijk is, laten bestaan en eigenlijk is dat op een bepaald moment beginnen te werken. Doorheen het proces van de repetities, daar ter plekke, en door het intensief bezig zijn met de compositie, zijn we naar elkaar toe gegroeid.
In die zin is het ook een maatschappelijk project geworden. Je mag niet vergeten dat op dat moment – in 2003 – de confrontatie tussen culturen zeker ook in Antwerpen een actuele problematiek was, en het vandaag nog is. Dat geldt denk ik bij uitbreiding voor heel Vlaanderen en dus zeker ook voor Mechelen. Het is misschien een utopie, maar door de ervaring met Confrontations werd iets dat muzikaal onmogelijk leek toch realiseerbaar, en misschien is dat ook relevant op maatschappelijk vlak.
In Mechelen wordt niet gewerkt met Burkinese slagwerkers onder leiding van Adama Dramé, maar met Ghanese muzikanten onder leiding van Babs Jobo. Maakt dat een groot verschil?
WH: Ik heb de muziek van de Mandinga – een stam in Burkina Faso – bestudeerd en die muziek heeft dus wel de basis gevormd voor de compositie, maar ik heb geen Burkinese muziek geschreven. De muziek voor de Afrikaanse groep is eerder algemeen ‘Afrikaans’ van inslag. Maar ook die muziek is een deel van de compositie en staat in de partituur precies genoteerd. Confrontations is dus niet de combinatie van gecomponeerde muziek voor blanken met wat Afrikaanse muziek; beide componenten maken een gelijkwaardig deel uit van het geheel. Wel zijn er momenten waarop geïmproviseerd wordt. De muziek ligt dus vrij vast, maar net omwille van het verschil in gevoel tussen verschillende culturen – ook binnen Afrika – moeten we voor elke nieuwe productie het werk opnieuw opbouwen.
Dit gaat natuurlijk veel verder dan het maken van een compositie van achter de schrijftafel die dan door iedereen kan worden uitgevoerd.
WH: Je moet je ivoren toren verlaten. Als componist vertoef je daar soms graag om concepten en complexe ideeën te bedenken. Maar het is mooi om ook de andere kant van muziek te benaderen. Confrontations is voor mij een volwaardig stuk, dat geschreven is door een hedendaags componist. Ik ben blij dat deze benadering van muziek geaccepteerd wordt, ook binnen de ‘serieuze’ muziekmiddens waarin hedendaagse muziek zich vaak afspeelt. Het is bijvoorbeeld ook geen wereldmuziek, maar een compositie, in de echte betekenis van het woord, over de confrontatie tussen twee verschillende culturen.
Blijft het muzikaal gezien bij een confrontatie, of is er doorheen het werk een evolutie naar ontmoeting en dialoog?
WH: Het is echt een ontmoeting. Er is een passage waarin de twee groepen volledig dialogeren en echt samenspelen. Op dat moment verlaten ze de tweedeling tussen wit en zwart en vormen ze koppels: telkens één Afrikaan met één Vlaming. Dan merk je bijna niet meer wie wie is. Ze spelen dezelfde muziek, in bijna dezelfde groove. Wel blijven ze op hun eigen instrumenten spelen; ik wilde dat niet volledig vermengen. Eigenlijk ben ik in al mijn werken op zoek naar de ontmoeting met andere culturen. De puurheid van elke cultuur is daarbij belangrijk. Daarom heb ik ook de term confrontatie behouden, maar dan wel in positieve zin: een positieve confrontatie tussen twee culturen die elkaar vanuit respect en openheid benaderen.
Hier in Europa zijn thema’s als multiculturaliteit, migratie en integratie brandend actueel. Merk je verschil in de manier waarop het werk onthaald werd in Burkina Faso en hier?
WH: Het verschil was immens. Net voor mijn vertrek naar Burkina Faso vond de creatie van mijn jeugdopera Achilleus plaats. Ik zat dus volop in de sfeer van opera en het establishment, en een week later zat ik bij wijze van spreken onder een boom in Ouagadougou bij veertig graden. Dat maakte het contrast enorm. Bij de première was er een overwegend zwart publiek. Iedereen danste spontaan. De meer Westers-hedendaagse fragmenten klonken soms vreemd, maar er was grote openheid en een heel directe respons.
In het Zuiderpershuis in Antwerpen bleef iedereen zitten, niemand stond op om te dansen natuurlijk.
Confrontations is een Westerse compositie waarin Afrikaanse elementen als inspiratiebron gebruikt zijn. Door improvisatiemomenten krijgt de Afrikaanse stem ook ruimte. De grens tussen gecomponeerde muziek en improvisatie vervaagt. Toch zijn er duidelijke momenten waarin de groepen tegenover elkaar staan. Hoe heb je dat muzikaal gerealiseerd?
WH: Samen met Adama Dramé heb ik ervoor gekozen het werk op te bouwen rond emoties, omdat emoties cultuurverschillen overstijgen. Zo vond ik een gemeenschappelijke basis voor de compositie.
In het eerste deel – Onderdrukking – hoor je hoe de Westerlingen de Afrikanen bijna ‘wegspelen’. De velinstrumenten van de Afrikanen staan tegenover de metalen percussie van het Westen, alsof er een hiërarchie bestaat.
Is het werk programmatisch?
WH: Niet echt. Het gaat niet over één concreet verhaal. Maar het idee van een hiërarchie die later in balans komt, en die overgaat in een deel dat Fusie heet, is wel aanwezig. In het deel Confrontatie wordt de spanning muzikaal gemaakt door een tweeledig ritmisch patroon tegenover een drieledig patroon te plaatsen. Op dat moment zijn de groepen ritmisch onverenigbaar.
Het werk gaat niet over een specifieke gebeurtenis. Emoties zijn een belangrijke basis, zeker voor niet-Westerse culturen. Het voelde goed om titels als wraak en liefde te kunnen gebruiken, wat in de ‘ernstige’ muziek meestal niet kan. Zeker bij een avondvullend werk als dit moet je een muzikale boog creëren die uitvoerders én publiek blijft boeien.
Door naar Afrika te trekken, plaats je jezelf ook in perspectief.
WH: Wij Westerlingen hebben de neiging om de verschillen te zien als zij naar hier komen. Maar als je daar bent, merk je dat jíj degene bent die anders leeft. Je ziet je beperkingen, maar krijgt vooral inzicht en begrip voor hun manier van leven. Daarom denk ik dat Confrontations, zonder pretentie, iets kan betekenen in een grootstedelijke context waar vaak onbegrip heerst. Tijdens de eerste uitvoering in Antwerpen, in een tijd van racismeproblemen, heerste er een sfeer van openstaan – niet naïef, maar omdat het werk precies over die confrontatie gaat.
Tijdens de beluistering zijn er momenten waarop verzoening onmogelijk lijkt, en andere waarop de tegenstelling lijkt opgelost. Dat bepaalt de dynamiek van de compositie.
Bestaat er in Afrika een onderscheid tussen kunstmuziek en functionele muziek?
WH: Neen. Muziek omwille van muziek bestaat daar niet. Alles heeft een sociale functie. Bij ons is er een scheiding ontstaan tussen kunstmuziek en functionele muziek, wat ook te maken heeft met de afstand tussen muziek en publiek. In Afrika maakt musiceren volledig deel uit van het maatschappelijk leven.
Met Confrontations is het misschien mogelijk de afstand tussen componist en publiek kleiner te maken. Door de dualiteit in het uitgangspunt en het gebruik van emoties als bindmiddel kan een divers publiek worden aangesproken. Of dat ook tot confrontatie vóór het podium leidt, zal blijken, maar vuurwerk is in elk geval verzekerd op het podium.
Klaas Coulembier