0%
artikel
Datum

23.05.11

Medea, Stephan Moens, De Morgen 2011

Stephan Moens, 23 mei 2011
Gezien op 18 mei 2011 in deSingel in Antwerpen 

Muziektheater 'Medea' van Wim Henderickx beleeft wereldpremière in deSingel

Na twee wereldpremières kan de editie 2011 van festival Opera XXI al een schot in de roos genoemd worden. (...) Met Medea van Transparant en de Veenfabriek leveren twee ervaren rotten van het muziektheatervak, Wim Henderickx en Paul Koek, een bedwelmend mooie voorstelling af.

Aan de basis ervan liggen vier monologen van Peter Verhelst, een voor elk personage uit de mythe: Kreon en zijn dochter Glauke, Jason en zijn echtgenote Medea. Ze zijn vintage Verhelst: krachtig, zintuiglijk, op het barokke af. En in hun typering een beetje stereotiep. Terwijl de mannen holle politieke frasen met een totalitaire inslag debiteren, hebben de vrouwen het over de liefde: Glauke over de onvoorwaardelijke, egoïstische overgave aan de ideale man Jason; Medea over de al even onvoorwaardelijke en egoïstische moederliefde, die zonder verwittiging kan omslaan in de blinde woede van het roofdierwijfje. Die laatste tekst is — niet onverwachts — emotioneel de sterkste. Hij overvalt je onverhoeds met zijn onverbloemde lichamelijkheid. De monologen zijn zo geplaatst dat het lijkt alsof het verhaal een flashback in Kreons geest is. Dat geeft niet alleen een nieuw perspectief aan de mythe maar vermijdt ook de valstrik van de thriller met het bekende einde.

Op het toneel heeft Koek gekozen voor opstelling als bij een Turks orkest: muzikanten op een rij, spel ervoor op een ondiepe brede strook. Musici en spelers dragen bewust onflatteuze, enigszins oriëntaals aandoende glitterkledij, als uit een circus of freakshow (kostuums Dorothee Curio). 

Op een of andere manier past het allemaal bij de bovenmenselijke emoties van het stuk, net zoals bij de bijna overspannen spreek- en speelstijl van de uitstekende acteurs (Joep van der Geest als ‘ideale man’ Jason, Reinout Bussemaker als Kreon, gek van verdriet, Yonina Spijker als Medea, een overlopend vat van emoties en Lizzy Timmers als jeugdig overmoedig Glauke).

En zoals de glinsterend geïnstrumenteerde muziek van Wim Henderickx. Als contrapunt tegen de vier monologen heeft hij één doorlopend lamento geplaatst. Met de tijd wordt Henderickx’ werk altijd meer verfijnd. Oosterse invloeden — deze keer uit de muziek van het Midden-Oosten, met een Turkse zangeres en een ‘duduk’, een Armeens houtblaasinstrument — vervloeien moeiteloos met geavanceerde moderne compositietechnieken.

Het resultaat is een zelden vertoond kunststuk: een klankenstroom van een grote schoonheid, op het precieuze af.