26.12.06
Een Totale Entführung, De Standaard 2006
Geert Van der Speeten
'Mozart verdient altijd in de kijker te staan’
Inleiding: Het was dit jaar moeilijk om aan Mozart te ontsnappen. Zelfs voor componisten.
Wim Henderickx (1962) heeft het Mozartjaar vooral achter zijn partituren beleefd. In opdracht van Transparant werkte hij samen met regisseur Ramsey Nasr aan een bewerking van het ,,Singspiel’’ Die Entfûhrung aus dem Serail (“Een Totale Entführung”).
Het werd een radicale update, waarin exotisme en de spanningen tussen Oost en West op een hilarische manier aan bod kwamen.
Henderickx: ,,Op papier was dit al een opvallende productie. De cast met Jan Decleir en Els Dottermans, het concept van Ramsey Nasr: van meetaf ging er vuurwerk door het team. Maar de actualisering en het statement bleken ook te werken. Het publiek was verdeeld in twee kampen. Sommigen vonden het delicaat om de spot te drijven met clichés over andere culturen. Anderen vonden het juist een hele opluchting dat het in deze context wel kon.’’
Wat onthouden we verder van het Mozartjaar?
Ik heb de festiviteiten bewust gemeden, om rust te vinden voor mijn eigen Mozartproject. Dat ik mij kon verdiepen in de muziek van Mozart was ook een zegen. Ik geef toe: het vooroordeel van makkelijke, evidente muziek leefde ook bij mij. Maar ik heb Mozart ontdekt als de meest inventieve en de meest spontane componist die er bestaat. Hij componeerde niet: het leek alsof de muziek bij hem vanzelf opborrelde.
De festivals en marathons hoefden voor mij niet. Mozart mag best altijd in de kijker staan. Zo’n jubileumjaar bereikt een groot en nieuw publiek. Dat is een voordeel. Maar er treedt altijd een verzadiging op, vanwege een massa activiteiten die er niet toe doen.
Muziektheater zat dit jaar in de lift. Alle grote theaters, alle grote regisseurs volgen het spoor dat naar live muziek voert.
Ik begrijp dat best. Er leeft een grote behoefte aan totaalkunstwerken, met live-uitvoeringen en gebruik van verschillende media.
Met muziektheater open je vele deuren. Het genre opera krijgt er een verfrissende injectie mee en je boort er een nieuw publiek mee aan. Het aantal creaties en opdrachten is er aanzienlijk door gestegen. Dankzij muziektheater wordt hedendaagse muziek een stuk evidenter, en krijg je als componist een grotere impact.
We zitten volop in een tijd van visualisering. Het concertleven raakte erdoor besmet: bij elk concert hoort blijkbaar iets extra. Daar moeten we toch waakzaam bij blijven. Muziek mag niet tot decor herleid worden, in een cultuur waarin woord en beeld een prominente plaats hebben. Ze moet de rol opeisen die ze verdient en ook als pure kunstvorm blijven bestaan. Want muziek heeft de omgevingsfactoren niet nodig.
Het was een jaar van subsidieperikelen, het hertekenen van de krijtlijnen.
Hoe kijkt een componist daar tegenaan?
Ik bevind me aan de zijlijn. Als kunstenaar neem ik afstand van de politieke beslissingen. Niet uit pretentie, maar uit overtuiging. Ik vind de vragen en verwachtingen van bepaalde instanties vaak betuttelend. Verwijt me niet dat ik romantische idealen verdedig: ik stel me als componist niet elitair op en ik werk graag publieksverbredend. Maar een kunstenaar moet je in de eerste plaats vertrouwen gunnen en zijn vrijheid laten.
Hetzelfde geldt trouwens voor de ensembles. Dat de Beethoven Academie met één pennentrek zijn subsidies verliest, vind ik schrijnend. Akoord, het orkest heeft moeilijke tijden doorgemaakt. Maar of een ensemble nodig is of niet, wordt veel te zakelijk bekeken. Stabiliteit is in een sector als klassieke muziek geen onbelangrijk gegeven.
Uit recente cijfers weten we hoe grijs het klassieke publiek in Vlaanderen kleurt. Was u verrast dat jongeren zo moeilijk te bereiken zijn?
Het is een belangrijk gegeven in mijn leven: voor een jong publiek werken. Achilleus was een opera voor jongeren. Met Olek schoot een beer (een bewerking van De Vuurvogel op tekst van Bart Moeyaert, red.) hebben we dit jaar de jongste generatie enthousiast gekregen.
Mijn ervaring is dat je een publiek moet opbouwen. We moeten jongeren de kans geven en de taal aanleren. De cultuursector kan dat niet alleen. In hun opleiding komen schoolkinderen nauwelijks met klassieke muziek in aanraking.
Een groot publiek willen bereiken is trouwens niet altijd zaligmakend. Het leidt naar commerciële, maar niet altijd naar artistieke successen. Ik ben gekant tegen elke vorm van versimpeling. Over een paar jaar zal die trend ons zuur opbreken. Laten we dus vooral niet terugschrikken voor niveau
Situeren uw muzikale ervaringen van het jaar zich ook in die categorie?
Ik heb voor het eerst Wagners Tristan und Isolde live meegemaakt. Het is één van mijn favoriete opera’s, die ik in de Munt in een memorabele versie heb kunnen zien.
Geert Van der Speeten Redactie
Cultuur & Media
De Standaard